SOFA is het onderzoeksbureau van architectuur- en stedenbouwhistoricus Erik Dorsman. Los van architectuurtrends en modieuze procesvormen richt hij zich simpelweg op de kern van het vak: de ideeëngeschiedenis van architectuur en ruimte, de bijdrage ervan aan de stedelijke ontwikkeling en de onmiskenbare samenhang tussen historie, onderzoek en ontwerp.
SOFA hanteert een brede vakmatige blik, benadert de discipline integraal en werkt vanuit de overtuiging dat kennis, expertise en vakmanschap tot de grondbeginselen van de ontwerpcultuur behoren. Met gezond verstand, in woord, beeld en daad: SOFA onderzoekt en adviseert, organiseert excursies en tentoonstellingen, debatteert en filosofeert, schrijft essays en maakt visies.
Plek voor onderzoek en debat
SOFA streeft naar een plek waar de potentie van het ontwerponderzoek weer vanzelfsprekend onderdeel is van de dagelijkse gang van zaken. Het bureau staat voor een typische werkhouding: ter zake komen, inhoudelijk direct zijn, gewoon zeggen waar het op staat. Maar een ‘sofa’ nodigt ook uit: zonder te kloppen of vragen binnen mogen vallen en plaats nemen, openstaan voor de ideeën en perspectieven van anderen, benaderbaar zijn. Het bureau wil net zo goed kritisch, onconventioneel als voor de hand liggend zijn en is daarom meer dan alleen een onderzoekskantoor.
SOFA wil toegankelijk zijn, een plek voor onderzoek en debat – een plek waar vakgenoten, opdrachtgevers, overheden, particulieren of anderszins geïnteresseerden kunnen samenkomen om te discussiëren, informatie uit te wisselen en kennis te delen; een plek waar ook buiten werktijd vakbezieling wordt geuit. Een plek, kortom, waar we gezamenlijk overtuigend aan ons vakgebied kunnen werken.
Vanuit het idee dat we zowel scherp, grondig als genuanceerd aan onderzoek en ontwerp moeten werken, beoogt het bureau een complete, samenhangende en werkveld-overstijgende aanpak. SOFA werkt nooit alleen en gelooft niet in de optelsom van deeloplossingen. Het bureau werkt in flexibele bezetting, is compact en wendbaar: afhankelijk van de context wordt in verschillende samenwerkingsverbanden met een groot vakinhoudelijk netwerk aan uiteenlopende opdrachten gewerkt. De werklijnen zijn kort, het contact direct, de aanspreekpunten helder. Dat we met alle betrokken partijen en een scherpe blik intensief moeten samenwerken aan onderzoek en ontwerp, is voor SOFA met andere woorden geen wapenfeit, maar gewoon vakinhoudelijk onontkoombaar.
Beeld, woord en daad
Dat SOFA inzet op de relatie tussen historie, onderzoek en ontwerp is weinig opmerkelijk. In de kern heeft ontwerpen althans een onderzoekend karakter, waarin kennis, expertise en vakmanschap centraal staan. Veel meer dan de eenduidige oplossing van een opgave vertegenwoordigt het ontwerp de zoektocht naar het vormgeven ervan. Juist in deze zoektocht wordt het vermogen ontwikkeld om met eenvoudige middelen een Betekenisvol en uitgesproken ontwerp te maken, dat bijdraagt aan de ruimtelijke context, maar eveneens een herkenbare karakteristiek heeft en passend is.
Natuurlijk werkt SOFA vanuit de overtuiging dat we onderzoek en historie als onderdeel van de ontwerppraktijk moeten zien, dat we goed om ons heen moeten kijken, dat we moeten schrijven om de mogelijkheden van een opgave en locatie te verkennen en verwoorden. Kennis, expertise en vakmanschap vormen geen onderscheidend vermogen, ze behoren daarentegen tot de essentie van de ontwerpdiscipline.
De neiging om doodnormale vakkundigheid tegenwoordig als unique selling point te verkopen wordt door SOFA beslist in de kiem gesmoord: we mogen toch per definitie van historici, ontwerpers en vakgenoten verwachten dat ze onderzoekend, kritisch, genuanceerd en realistisch zijn, dat ze kortom hun vakmanschap serieus nemen? En net zoals vakkundigheid onbetwistbaar als een voorwaarde in plaats van als een prestatie wordt gezien, zo gaat SOFA er vanuit dat we hieraan niet alleen in beeld, maar ook in woord en daad blijven bijdragen.
De ambitie om een structurele bijdrage in beeld, woord en daad te leveren, komt voort uit de opvatting dat niet alleen ontwerpen, tekeningen en visualisaties, maar dat ook onze woorden, onze debatten, discussies en inhoudelijke polemieken, onze tentoonstellingen, manifestaties en biënnales daadwerkelijk bijdragen aan de ontwikkeling van het vakgebied, aan het denken over architectuur en stedenbouw, aan het voeren van een bevlogen vertoog over de stad en aan de stedelijke ontwikkeling als geheel.
In een tijdsgewricht waarin ‘de tijd’ zelf zogenaamd schaarser wordt, plannen sneller moeten worden gemaakt terwijl de opgaven integraler worden en ruimte voor behoorlijk onderzoek en grondige analyses wordt verspild aan procesmanagement, lijkt dit wellicht op vloeken in de kerk. Maar we mogen het economisch tij en de identiteitscrisis van ons vakgebied niet als excuus gebruiken om de aandacht van ons vakmanschap af te leiden – alsof onze discipline niet al voldoende zit opgescheept met allerlei soorten pseudo-dingen en nonsens. Juist op minder voor de hand liggende momenten moeten we de kracht van ons vak zonneklaar naar voren brengen. Onze vakgeschiedenis laat immers duidelijk zien: zodra we het vocabulaire van onze discipline verliezen, elkaar als vakgenoten nauwelijks verstaan en ons vak aan anderen niet goed kunnen uitleggen, verzuimen we om met onze ideeën, visies en ontwerpen een overtuigende bijdrage aan de maatschappij te leveren en verwaarlozen we het contact met de ruimte om ons heen.
Curriculum vitae
SOFA is opgericht door Erik Dorsman. Sinds 2003 positioneert hij zich als zelfstandig architectuur- en stedenbouwhistoricus en zoekt hij altijd de samenwerking op, trekt erop uit, verkent het vak in de praktijk en bestudeert de steden die hij structureel bezoekt. Na zijn studie werkt Erik jarenlang met stadsbouwmeester Niek Verdonk aan het architectuurbeleid van Groningen. Daarnaast is hij inhoudelijk en organisatorisch nauw betrokken bij grote architectuurmanifestaties als Intense Laagbouw en Bouwjong! Erik publiceert in vaktijdschriften, schrijft boeken en essays over actuele ruimtelijke opgaven en begeleidt na zijn studie meerdere jaren excursie voor de Rijksuniversiteit Groningen. In 2009 wordt hij secretaris van de Welstands- en Monumentencommissie van de gemeente Groningen, een functie die hij tot 2017 bekleed. Vervolgens werkt hij aan verschillende beleidsstukken, zoals de actualisatie van de Welstandsnota, Welstand te water en het Handboek Hoger Bouwen. Erik zoekt permanent naar de verbinding tussen theorie en praktijk, is secretaris van het Kwaliteitsteam Groningen Spooronze evenals het Omgevingskwaliteitsteam van het Nationaal Programma Groningen, lid van de Stadsredactie van GRAS en als extern adviseur betrokken bij het Atelier Stadsbouwmeester van de gemeente Groningen. Sinds 2022 werkt hij aan verschillende boeken over recente ingrepen in het centrum van Groningen, waaronder die aan de Grote Markt Oostzijde, het Forum, het stadhuis en de Grote Markt.