Het ontwerpconcept ontrafeld
Schrijven we architectuurgeschiedenis aan de hand van iconen? Of doen we dat met behulp van een palet aan elkaar opvolgende, vaak onbelichte gebeurtenissen en ideeën, waaruit een ontwikkelingsgang blijkt die de optelsom van bescheiden historische momenten ruimschoots overstijgt? Als geschiedschrijvers richten we ons doorgaans op de gebouwde incidenten: de kwalitatief hoogwaardige uitzonderingen, die weliswaar een periode of gedachtegoed uitstekend tot uitdrukking brengen, maar die nauwelijks representatief genoeg zijn voor wat er in dat tijdsbestek of vanuit die ideevorming is ontstaan. Daarmee vormen zich coherente verhalen, maar vergalopperen we ons ook met architectuurhistorisch determinisme, op basis van bestaande geschiedkundige narratieven. In die historische context is het Forum ongetwijfeld de versteende beeltenis van een nieuw type gebouw: een fenomenaal, solitair cultuurpaleis dat we over een aantal decennia met terugwerkende kracht een importantie zullen toedichten alsof het met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis kwam aangestormd.
Om de specifieke plek van het Forum in ons collectieve geheugen te beschouwen, kunnen we beter nauwgezet naar de omstandigheden kijken waarbinnen het cultuurcomplex tot stand is gekomen. Hoewel het Forum door de oneindige silhouetten onmiskenbaar een iconische waarde heeft, is het veelzeggend dat de architecten van het gebouw het liever als een logo zien; als een embleem dat, meer dan dat het een beeld is, symbool staat voor de culturele en sociaal-maatschappelijke betekenis van het programma. Na decennia van starchitects in een geglobaliseerde beeldcultuur lijkt het woord ‘icoon’ nog amper positieve connotaties te hebben, afgezien van de religieuze betekenis ervan en de kunsthistorische bagage die daarbij hoort.
De uitverkiezing tot BNA Beste Gebouw van het Jaar, waarbij het Forum niet in de categorie ‘Identiteit & Icoonwaarde,’ maar bij ‘Leefbaarheid & Sociale Cohesie’ werd ingediend, onderschrijft deze tendens. Klaarblijkelijk is er behoefte aan een meer genuanceerde blik op beeldbepalende en gewichtige ruimtelijke ontwikkelingen. We behoeden ons ervoor om met de interpretatie van grote gebaren te grote geschiedenishoofdstukken te willen schrijven, zoals bijvoorbeeld het Guggenheim Museum in Bilbao, de ‘moeder aller eigentijdse architectuuriconen,’ ten onrechte verantwoordelijk werd gehouden voor wat het ‘Bilbao-effect’ is gaan heten – alsof het gebouw eigenhandig de stad nieuw leven inblies. In werkelijkheid was het onderdeel van een twee decennia omspannende herstructureringsopgave van het waterfront van de Baskische metropool.
Toch is er een kleine reeks van abstracte illustraties, pictogrammen haast, die symbool staat voor de zoektocht van kleine stappen waaruit het Forum is ontstaan. In die historische realiteit is het nieuwe type cultuurgebouw van NL Architects niet het meestergebaar van de architect- kunstenaar, maar eerder de meest verrassende, overtuigende en onbetwistbare vertaling van het programma. De verwezenlijking en vormgeving ervan was zo lang mogelijk uitgesteld, om nieuwe vormen van ruimtegebruik in het openbare domein te kunnen aftasten. Achteraf beschouwd was NL Architects de gedoodverfde winnaar. De onderzoekende en onconventionele ontwerpmethode waar het bureau om bekendstaat, had tot een logo geleid dat perfect leek aan te sluiten op datgene waar Groningen naar op zoek was. Hoe abstract de pictogrammen ook zijn, zonder die treffende beelden was het Forum zoals we dat nu kennen er vast niet geweest.
Abstracte beelden voor een onbegrensde zoektocht
Net als alle andere inzenders presenteerde NL Architects in november 2006 zijn ontwerp aan de beoordelingscommissie onder leiding van Wytze Patijn. De architecten gebruikten vier krachtige beelden als inleiding op hun toelichting:
1) een silhouet op basis van de contouren van het ontwerp, met daarin de hoofdstructuur van openbare ruimtes van de binnenstad uitgesneden;
2) een silhouet op basis van de contouren van het ontwerp, met een amoebe-vormige uitsnede waardoorheen een stadsplattegrond van een deel van de binnenstad te zien was;
3) een silhouet van het gebouw inclusief ‘sleutelgat’ met daarop een andere amoebe- vormige vlek, namelijk die uit Plakat Basel van dada-kunstenaar Jean Arp;
4) een silhouet van het gebouw inclusief sleutelgat, waardoorheen een iets grotere uitsnede van de stadsplattegrond van de binnenstad te zien was.